ECLI:NL:HR:2014:1533

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 juni 2014
Publicatiedatum
26 juni 2014
Zaaknummer
13/04801
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake aanslag inkomstenbelasting 2005

Belanghebbende had tegen het arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, waarin het hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Arnhem over de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2005 werd behandeld, beroep in cassatie ingesteld. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende onderzocht en geoordeeld dat deze niet leiden tot cassatie.

De Hoge Raad vond geen aanleiding tot nadere motivering, omdat de klachten geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Er werd ook geen veroordeling in proceskosten opgelegd, aangezien daarvoor geen gronden aanwezig waren.

Het arrest is gewezen door de vice-president Feteris als voorzitter en raadsheren Van Loon en Wortel, en in het openbaar uitgesproken op 27 juni 2014. Hiermee is het beroep in cassatie ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

27 juni 2014
Nr. 13/04801
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]domicilie kiezende te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof ’s-Hertogenboschvan 23 augustus 2013, nr. 11/00679, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank te Arnhem (nr. AWB 07/2239) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2005 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 27 juni 2014.