Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
(v) het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep, inhoudende dat tegen de aldaar niet-verschenen verdachte verstek is verleend.
3.Slotsom
4.Beslissing
17 juni 2014.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde een cassatieberoep tegen een verstekarrest van het Gerechtshof Amsterdam. De verdachte was niet verschenen in hoger beroep en verstek was verleend. In de appelakte was een adres vermeld waar de verdachte mededelingen over de strafzaak zou ontvangen. Uit de stukken bleek echter niet dat een afschrift van de appeldagvaarding aan dit adres was toegezonden.
Het hof had moeten onderzoeken of er reden was om de terechtzitting te schorsen om de verdachte alsnog de gelegenheid te geven aanwezig te zijn. Dit onderzoek heeft het hof nagelaten. Dit verzuim leidt tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting en de daarop gebaseerde uitspraak.
De Hoge Raad oordeelt dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en vernietigt het arrest. De zaak wordt terugverwezen naar het hof Amsterdam voor hernieuwde berechting op het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens nietigheid van het verstek en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.