Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
family lifetussen de vader en deze kinderen, maakt dit niet anders (rov. 16).
,gelet op de hiervoor in 3.3.4 vermelde strekking van die bepaling, ook geldt in een geval als het onderhavige. Dit betekent dat de beoordeling van gevallen zoals het onderhavige niet meer kan plaatsvinden met inachtneming van de hiervoor in 3.3.3 vermelde rechtspraak, maar dient te geschieden met overeenkomstige toepassing van art. 1:400 lid 1 BW Pro.
4.Beslissing
2 mei 2014.