ECLI:NL:HR:2014:1011

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 april 2014
Publicatiedatum
24 april 2014
Zaaknummer
14/00716
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling bij vergissing bij girale overboeking

De zaak betreft een verzoeker die in een schuldsaneringsregeling (WSNP) zat en waarbij een tussentijdse beëindiging van deze regeling aan de orde was. De kern van het geschil was of een schuld was ontstaan uit een vergissing bij een girale overboeking, en of deze betaling als onverschuldigd moest worden aangemerkt.

In eerste aanleg oordeelde de rechtbank Midden-Nederland en vervolgens het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over deze kwestie. De verzoeker stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen.

De Hoge Raad overwoog dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en dat geen nadere motivering nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen. Uiteindelijk wees de Hoge Raad het beroep af en bevestigde daarmee het arrest van het hof.

Deze uitspraak bevestigt de toepassing van artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in het kader van cassatie in civiele zaken, met name inzake de WSNP en de beoordeling van onverschuldigde betalingen bij vergissingen.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling.

Uitspraak

25 april 2014
Eerste Kamer
nr. 14/00716
LZ/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. W. Römelingh.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/16/11/123 R van de rechtbank Midden-Nederland van 18 november 2013;
b. het arrest in de zaak 200.137.726 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 27 januari 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het verzoek.

3.Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
25 april 2014.