ECLI:NL:HR:2013:CA3117
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep inzake machtiging voortgezet verblijf psychiatrisch ziekenhuis
Betrokkene heeft cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Nederland inzake een verzoek tot machtiging voortgezet verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis op grond van de Wet Bopz.
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend, maar de Procureur-Generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De advocaat van betrokkene heeft een reactie ingediend die te laat was en daarom terzijde is gelegd. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat betrokkene klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.
Daarom verklaart de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk en wijst het beroep af zonder inhoudelijke behandeling.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang en niet-geschiktheid van de klachten voor cassatie.