Uitspraak
wonende te [woonplaats],
zetelende te Utrecht,
1.Het geding in feitelijke instantie
2.Het geding in cassatie
4.Beslissing
12 juli 2013.
Hoge Raad
In deze zaak heeft eiser cassatie ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Alkmaar van 21 april 2011, waarin bezwaren tegen de lijst der geldelijke regelingen bij een ruilverkaveling werden behandeld. De Landinrichtingscommissie, verweerder in cassatie, heeft het beroep verworpen. De Advocaat-Generaal heeft eveneens geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad heeft de aangevoerde klachten onderzocht en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering behoefde de Hoge Raad geen nadere motivering te geven omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen en eiser veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, begroot op een bedrag van € 2.981,34. Hiermee is het vonnis van de rechtbank Alkmaar in stand gebleven en is de beslissing van de Landinrichtingscommissie bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en de kosten worden aan eiser opgelegd.