ECLI:NL:HR:2013:BZ9937
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- V. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Verwerping beroep in cassatie tegen arrest gerechtshof in strafzaak
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 14 mei 2013 het cassatieberoep behandeld dat was ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 10 juni 2011. Het beroep was ingesteld door de Advocaat-Generaal bij het Hof, die middelen van cassatie had voorgesteld. Namens de verdachte werd het beroep tegengesproken door diens advocaat.
De Hoge Raad heeft de middelen van cassatie beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering en het arrest in een gelijktijdige zaak (LJN BZ8902) was geen nadere motivering noodzakelijk omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en het arrest van het gerechtshof gehandhaafd. De uitspraak werd gedaan door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, in aanwezigheid van de griffier, tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het gerechtshof.