ECLI:NL:HR:2013:BZ9934

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 mei 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
11/03823
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep tegen arrest gerechtshof in strafzaak

In deze zaak heeft de Hoge Raad op 14 mei 2013 het cassatieberoep behandeld dat was ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 10 juni 2011. Het beroep was ingesteld door de Advocaat-Generaal bij het Hof, die een middel van cassatie had voorgesteld. Namens de verdachte werd het beroep tegengesproken door diens advocaat.

De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat nadere motivering niet nodig was, mede gelet op een eerder arrest (LJN BZ8902). Hierdoor werd het beroep verworpen en bleef het arrest van het gerechtshof ongewijzigd van kracht.

Het arrest werd gewezen door de vice-president van de Hoge Raad als voorzitter en twee raadsheren, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting. Hiermee is de rechtsontwikkeling in deze zaak niet beïnvloed door nieuwe rechtsvragen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

14 mei 2013
Strafkamer
nr. S 11/03823
ES
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 10 juni 2011, nummer 22/003978-09, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1950.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de Advocaat-Generaal bij het Hof. Deze heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Namens de verdachte heeft mr. A. Verbruggen, advocaat te Amsterdam, het beroep tegengesproken.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, - en het heden uitgesproken arrest in de zaak 12/00755, LJN BZ8902 - geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en V. van den Brink, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 mei 2013.