ECLI:NL:HR:2013:BZ8856
Hoge Raad
- Cassatie
- F.B. Bakels
- A.H.T. Heisterkamp
- C.E. Drion
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen beëindiging schuldsaneringsregeling zonder schone lei
In deze zaak betrof het een verzoekster die cassatie instelde tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage over de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling zonder toekenning van een schone lei. De Hoge Raad verwees naar eerdere uitspraken van de rechtbank en het gerechtshof en behandelde het cassatieberoep op basis van art. 80a lid 1 RO.
De Procureur-Generaal stelde zich op het standpunt dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moest worden verklaard, omdat verzoekster onvoldoende belang had bij het beroep of omdat de ingestelde klachten niet tot cassatie konden leiden. Verzoeksters advocaat reageerde hierop, maar de Hoge Raad volgde het standpunt van de Procureur-Generaal.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Hiermee bevestigde de Hoge Raad de beslissing van het gerechtshof en maakte een inhoudelijke beoordeling van de zaak overbodig.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 26 april 2013.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan voldoende belang of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.