ECLI:NL:PHR:2013:BZ8856
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling zonder schone lei wegens niet-nakoming verplichtingen
Bij vonnis van de rechtbank Den Haag is aan verzoekster de schuldsaneringsregeling opgelegd. Later heeft de rechtbank de toepassing van de regeling beëindigd zonder toekenning van de schone lei, omdat verzoekster toerekenbaar tekort was geschoten in haar verplichtingen, met name de informatie- en sollicitatieplicht.
Verzoekster kwam hiertegen in hoger beroep en stelde dat zij onvoldoende was ingeburgerd om te begrijpen wat van haar werd verwacht en beriep zich op overmacht. Het hof bevestigde echter dat zij haar verplichtingen niet was nagekomen, ondanks waarschuwingen van de rechter-commissaris, bewindvoerder en rechtbank.
De Hoge Raad oordeelt dat van schuldenaren mag worden verwacht dat zij zich tot het uiterste inspannen om aan hun verplichtingen te voldoen. Het criterium van 'tot het uiterste inspannen' is gelijk aan het vereiste van een zo groot mogelijke bijdrage. In deze zaak is vastgesteld dat verzoekster wist wat van haar werd verwacht en dat zij hulp had kunnen inschakelen maar dit naliet.
Daarom is het oordeel van het hof dat geen reden bestaat om de schuldsaneringsregeling te verlengen, gegrond. De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieverzoek op grond van art. 80a RO.
Uitkomst: Het cassatieverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard en de beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder schone lei blijft in stand.