ECLI:NL:HR:2013:BZ8635
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- W.F. Groos
- N. Jörg
- J. Wortel
- Rechtspraak.nl
Cassatie over begin van uitvoering valselijk opmaken betaalpassen door skimmen
De zaak betreft een verdachte die op 9 december 2009 in een filiaal van IKEA te Delft werd aangetroffen onder een bed, terwijl hij een pinterminal had losgeschroefd en een gat in de behuizing had gebrand. Dit gedrag werd door het hof aangemerkt als een begin van uitvoering van het voorgenomen misdrijf van valselijk opmaken van betaalpassen met het oogmerk zichzelf of een ander te bevoordelen.
De bewezenverklaring steunt op diverse proces-verbalen, waaronder verklaringen van beveiligingsmedewerkers, camerabeelden, vondsten van printplaatjes en een schroevendraaier bij de verdachte, en forensisch onderzoek aan de pinterminal. De verdediging voerde aan dat de handelingen van de verdachte te ver afstonden van het vervalsen van betaalpassen om als begin van uitvoering te gelden.
Het hof oordeelde echter dat de handelingen naar hun uiterlijke verschijningsvorm gericht waren op de voltooiing van het misdrijf, en dat de verdachte zich schuldig had gemaakt aan een begin van uitvoering. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep, stellende dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had en voldoende had gemotiveerd.
De Hoge Raad achtte geen nadere motivering nodig omdat het middel niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling noopt. Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de strafkamer op 26 april 2013.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het losmaken en beschadigen van de pinterminal een begin van uitvoering is van het misdrijf valselijk opmaken van betaalpassen en verwerpt het cassatieberoep.