ECLI:NL:HR:2013:BZ6820
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over navorderingsaanslagen en boeten en verwijst zaak terug
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen opgelegd over de jaren 1991-2000 in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en vermogensbelasting, met verhogingen en boeten. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze aanslagen en boeten, waarna belanghebbende beroep instelde bij het hof.
Het hof vernietigde enkele beslissingen, matigde boeten en verklaarde het beroep deels ongegrond. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het hofarrest. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de modelmatige schatting met factor 1,5 niet onredelijk zou zijn en dat het hof ten onrechte een verzoek om vergoeding immateriële schade na sluiting onderzoek had geweigerd.
Ook was het hof onvoldoende ingegaan op het bewijs dat belanghebbende de beboetbare feiten had begaan en op de proportionaliteit van de boeten. Daarom vernietigde de Hoge Raad het hofarrest, behalve de beslissingen over griffierecht en proceskosten, en verwees de zaak terug naar het hof voor verdere behandeling met inachtneming van het arrest. De Staat werd veroordeeld in de kosten van het cassatieproces.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling.