ECLI:NL:HR:2013:BZ4218
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Th. Groeneveld
- Rechtspraak.nl
Vermogen Stichting Particulier Fonds niet toegerekend aan oprichter voor inkomstenbelasting
De zaak betreft navorderingsaanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd aan de erflaatster over de jaren 2001 tot en met 2004. De erflaatster had een Stichting Particulier Fonds (D) opgericht en vermogen ingebracht. De vraag was of dit vermogen aan haar moest worden toegerekend.
De Rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, maar het Hof vernietigde deze uitspraken en oordeelde dat de erflaatster niet over het vermogen van D kon beschikken alsof het haar eigen vermogen was. Het Hof vond geen aanwijzingen voor een juridisch afdwingbaar recht op uitkeringen of beschikkingsmacht over het vermogen.
De Staatssecretaris stelde beroep in cassatie in tegen het Hofarrest. De Hoge Raad oordeelde dat de oprichter geen vermogensrecht in de zin van artikel 5.3, lid 2, letter f, Wet IB 2001 had en bevestigde het oordeel van het Hof. Het beroep werd ongegrond verklaard en de Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en het vermogen van de Stichting wordt niet toegerekend aan de oprichter.