ECLI:NL:HR:2013:BZ3669
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Vaststelling aansprakelijkheid bestuurder voor onzorgvuldig handelen met beperkte verhaalsmogelijkheden
In deze zaak stond de vraag centraal of een bestuurder van een vennootschap aansprakelijk kon worden gehouden voor onzorgvuldig handelen, waarbij de verhaalsmogelijkheden jegens hem waren verminderd. De zaak werd behandeld in meerdere instanties, waaronder de rechtbank 's-Hertogenbosch en het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, die eerder uitspraken deden over de aansprakelijkheid en de omvang van de verhaalsmogelijkheden.
De eiser stelde zich op het standpunt dat de bestuurder aansprakelijk was voor schade veroorzaakt door zijn onzorgvuldig handelen. Het hof bevestigde deze aansprakelijkheid maar beperkte de verhaalsmogelijkheden. Tegen dit arrest stelde de eiser cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de eiser niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep zonder nadere motivering, conform artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Hiermee bleef het arrest van het hof in stand. De eiser werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, die aan de zijde van de verweerder op nihil werden begroot.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.