ECLI:NL:HR:2013:BZ3669

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 april 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
12/04103
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling aansprakelijkheid bestuurder voor onzorgvuldig handelen met beperkte verhaalsmogelijkheden

In deze zaak stond de vraag centraal of een bestuurder van een vennootschap aansprakelijk kon worden gehouden voor onzorgvuldig handelen, waarbij de verhaalsmogelijkheden jegens hem waren verminderd. De zaak werd behandeld in meerdere instanties, waaronder de rechtbank 's-Hertogenbosch en het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, die eerder uitspraken deden over de aansprakelijkheid en de omvang van de verhaalsmogelijkheden.

De eiser stelde zich op het standpunt dat de bestuurder aansprakelijk was voor schade veroorzaakt door zijn onzorgvuldig handelen. Het hof bevestigde deze aansprakelijkheid maar beperkte de verhaalsmogelijkheden. Tegen dit arrest stelde de eiser cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de eiser niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep zonder nadere motivering, conform artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Hiermee bleef het arrest van het hof in stand. De eiser werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, die aan de zijde van de verweerder op nihil werden begroot.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

5 april 2013
Eerste Kamer
12/04103
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaten: mr. F.E. Vermeulen en mr. B.F. Assink,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 187205 / HA ZA 09-189 van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 18 maart 2009 en 21 juli 2010;
b. het arrest in de zaak HD 200.075.416 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 15 mei 2012.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 5 april 2013.