ECLI:NL:HR:2013:BZ3632
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Vermindering betalingsverplichting wegens schending redelijke termijn in profijtontneming
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch inzake een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De betrokkene, vertegenwoordigd door mr. R.J. Baumgardt, stelde middelen van cassatie voor. De Advocaat-Generaal adviseerde tot vernietiging van het bestreden arrest uitsluitend wat betreft de hoogte van het opgelegde bedrag.
De Hoge Raad constateerde dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM, in de cassatiefase was overschreden doordat stukken te laat door het hof waren ingezonden en het arrest meer dan twee jaar na het instellen van het cassatieberoep werd gewezen. Dit leidde tot vermindering van de betalingsverplichting van €6.800 naar €6.120.
De overige middelen werden verworpen omdat zij geen aanleiding gaven tot cassatie. De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de hoogte van het bedrag en bevestigde het verder. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 12 maart 2013.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de betalingsverplichting tot €6.120 wegens schending van de redelijke termijn.