ECLI:NL:HR:2013:BZ2923
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van oordeel over contract tot opdracht en Fenex-voorwaarden
In deze zaak stond de vraag centraal of er een overeenkomst van opdracht tot stand was gekomen en of de Fenex-voorwaarden van toepassing waren. Viratex stelde zich op het standpunt dat de overeenkomst vernietigd moest worden op grond van de artikelen 6:233 en 6:234 BW, die betrekking hebben op de vernietigbaarheid van algemene voorwaarden.
De zaak werd in meerdere instanties behandeld, waaronder de rechtbank Arnhem en het gerechtshof Arnhem, waarvan de arresten van 28 december 2010 en 18 oktober 2011 aan het arrest van de Hoge Raad waren gehecht. Viratex stelde beroep in cassatie in tegen deze arresten, terwijl tegen de wederpartij verstek was verleend.
De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad volgde dit advies en oordeelde dat de klachten van Viratex niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81 lid 1 RO Pro was geen nadere motivering vereist omdat de klachten niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzaakten.
De Hoge Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraken en veroordeelde Viratex in de kosten van het cassatiegeding, die aan de zijde van de wederpartij op nihil werden begroot.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Viratex wordt verworpen en de eerdere uitspraken worden bekrachtigd.