ECLI:NL:HR:2013:BZ2047

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 februari 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
12/05273
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 78 lid 1 ROArt. 78 lid 4 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen uitspraak Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State

In deze zaak heeft verzoeker cassatieberoep ingesteld tegen een uitspraak van de voorzitter van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het betreft een bestuursrechtelijke procedure waarin het College van Burgemeester en Wethouders van Wassenaar partij is. De Hoge Raad heeft het geding in feitelijke instanties en het cassatieberoep beoordeeld.

De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat verzoeker niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn cassatieberoep, omdat de wet geen cassatieberoep openstelt tegen de bestreden uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Verzoeker heeft hierop gereageerd, maar dit heeft niet geleid tot een andere beoordeling.

De Hoge Raad heeft vervolgens geoordeeld dat verzoeker niet kan worden ontvangen in zijn beroep en heeft het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard. Hiermee is het cassatieberoep gestrand op procedurele gronden zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat geen cassatieberoep openstaat tegen de uitspraak van de voorzitter van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitspraak

22 februari 2013
Eerste Kamer
12/05273
TT/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
t e g e n
COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN WASSENAAR,
zetelende te Wassenaar,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en het College.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de uitspraak in de zaken AWB 12/2869 BESLU en AWB 12/2874 BESLU van de voorzieningenrechter in de rechtbank 's-Gravenhage van 16 mei 2012;
b. de uitspraak in de zaken 201205941/1/A3 en 201205941/2/A3 van de voorzitter van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 30 augustus 2012.
De uitspraak van de Raad van State is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de uitspraak van de Raad van State heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het College heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van eiser in zijn cassatieberoep.
[verzoeker] heeft bij brief van 15 januari 2013 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid
De Hoge Raad is van oordeel dat, gelet op art. 78 lid 1 RO Pro en art. 78 lid 4 RO Pro, verzoeker in zijn beroep niet kan worden ontvangen, nu het zich richt tegen een uitspraak van de voorzitter van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State en geen wettelijke bepaling cassatieberoep tegen de bestreden beslissing openstelt.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 22 februari 2013.