ECLI:NL:HR:2013:BZ0291

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 april 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/03008
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 1:209 BWArt. 1:210 BWArt. 1:211 BW
Verwijzingen
5 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie in familierechtelijke betwisting en inroeping van staat

In deze zaak stond een geschil centraal over betwisting en inroeping van staat binnen het familierecht, met toepassing van de artikelen 1:209 tot en met 1:211 van het Burgerlijk Wetboek. Het geding begon bij de rechtbank Zwolle-Lelystad met meerdere beschikkingen en werd vervolgens behandeld door het gerechtshof te Leeuwarden, dat op 15 maart 2012 een beschikking gaf.

De verzoeker stelde beroep in cassatie in tegen de beschikking van het hof. De advocaat-generaal adviseerde het beroep te verwerpen, waarop de verzoeker reageerde. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat er geen noodzaak was tot nadere motivering omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad wees het beroep af en zag geen aanleiding voor een kostenveroordeling. De beschikking werd gegeven door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een vierde raadsheer op 12 april 2013.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen zonder nadere motivering.

Uitspraak

12 april 2013
Eerste Kamer
12/03008
TT/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. S. Kousedghi,
t e g e n
[Verweerder], in zijn hoedanigheid van erfgenaam van wijlen [betrokkene 1],
domicilie kiezende te [plaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak 156230 / FA RK 09-1164 van de rechtbank Zwolle - Lelystad, locatie Lelystad van 7 oktober 2009, 22 juni 2010 en 17 juni 2011;
b. de beschikking in de zaak 200.093.833 van het gerechtshof te Leeuwarden van 15 maart 2012.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 8 februari 2013 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding tot een kostenveroordeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 12 april 2013.