ECLI:NL:HR:2013:BY8343

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 januari 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/03160
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 180 Sr
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in strafzaak wegens opzetheling zonder nieuwe rechtsvragen

In deze strafzaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage. De zaak betreft een veroordeling voor opzetheling. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verbetering van het arrest waar per abuis sprake was van opzetheling, en tot vernietiging voor zover art. 180 Sr Pro niet als wettelijk voorschrift was vermeld bij de strafoplegging. De Hoge Raad heeft echter geoordeeld dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering vereist is omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.

Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 22 januari 2013. Het cassatieberoep wordt derhalve verworpen. De uitspraak bevestigt dat de Hoge Raad alleen tot inhoudelijke beoordeling overgaat als er relevante rechtsvragen zijn.

Deze uitspraak benadrukt het terughoudende cassatiebeleid van de Hoge Raad in strafzaken waar geen nieuwe of fundamentele rechtsvragen spelen. De procedure is correct gevolgd en de strafoplegging is gegrond op de juiste wettelijke voorschriften na verbetering door de advocaat-generaal.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.

Uitspraak

22 januari 2013
Strafkamer
nr. S 11/03160
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 30 juni 2011, nummer 22/005870-09, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. B.P. de Boer, advocaat te Haarlem, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd tot verbetering dan wel verbeterde lezing van het bestreden arrest voor zover daarin per abuis van opzetheling wordt gerept, eventueel tot vernietiging van het bestreden arrest indien en voor zover daarbij als wettelijk voorschrift waarop de strafoplegging mede berust ten onrechte niet art. 180 Sr Pro is vermeld, met dien verstande dat dan de Hoge Raad zelf als wettelijk voorschrift waarop de strafoplegging mede berust art. 180 Sr Pro vermeldt, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 22 januari 2013.