ECLI:NL:HR:2013:BY6065
Hoge Raad
- Cassatie
- M.W.C. Feteris
- C. Schaap
- P.M.F. van Loon
- R.J. Koopman
- Th. Groeneveld
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt recht op afdrachtvermindering zeevaart voor indirect overheidsbedrijf in concurrentie
Belanghebbende, een Nederlandse stichting die zich bezighoudt met zeeonderzoek en deels gefinancierd wordt door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, ontving een naheffingsaanslag loonbelasting en premie volksverzekeringen over de periode augustus tot en met oktober 2004. Deze aanslag was opgelegd vanwege discussie over de toepassing van de afdrachtvermindering zeevaart voor de bemanning van het schip A.
De Rechtbank verklaarde zich deels onbevoegd en wees het beroep ongegrond, maar het Hof vernietigde deze uitspraak en oordeelde dat belanghebbende wel aanspraak kon maken op de afdrachtvermindering omdat zij met het schip in concurrentie trad met commerciële ondernemingen, ook al was zij een indirect overheidsbedrijf dat niet vennootschapsbelastingplichtig was.
De Staatssecretaris stelde beroep in cassatie in tegen het Hof-arrest, stellende dat artikel 4 van Pro de Wet Vpb 1969 niet van toepassing was omdat belanghebbende niet belastingplichtig was. De Hoge Raad verwierp dit middel en bevestigde dat het ondernemingsbegrip in de Wet Vpb 1969, waarnaar de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie volksverzekeringen verwijst, ook ondernemingen omvat die uiterlijk overeenkomen met een onderneming en in concurrentie treden, zonder dat belastingplicht vereist is.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en veroordeelde de Staatssecretaris in de proceskosten. Hiermee is bevestigd dat indirect overheidsbedrijven die met een zeeschip in concurrentie treden, recht hebben op de afdrachtvermindering zeevaart.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt het recht op afdrachtvermindering zeevaart voor het indirect overheidsbedrijf.