ECLI:NL:HR:2013:BY2694
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- E.N. Punt
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt kwalificatie landbouwgrond als bouwterrein voor overdrachtsbelasting
Belanghebbende kocht op 19 oktober 2005 meerdere percelen grond die volgens koopovereenkomsten bouwrijp waren gemaakt met het oog op bebouwing van een glastuinbouwbedrijf. De percelen waren voorheen in gebruik als glastuinbouwbedrijf of landbouwgrond zonder opstallen. Voor de levering waren werkzaamheden verricht zoals het dempen van sloten en egaliseren van grond.
De Inspecteur legde een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op, die na bezwaar werd verminderd. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar het Hof vernietigde de uitspraak van de Rechtbank en de naheffingsaanslag, oordelend dat de grond als bouwterrein moest worden aangemerkt en de verkrijging vrijgesteld was van overdrachtsbelasting.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het Hof dat de grond, gelet op de feitelijke omstandigheden en het voornemen tot nieuwbouw, als bouwterrein in de zin van de Wet OB moet worden beschouwd. Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard, en de Staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en het oordeel van het Hof dat de grond als bouwterrein geldt, bevestigd.