ECLI:NL:HR:2013:993

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 oktober 2013
Publicatiedatum
21 oktober 2013
Zaaknummer
13/01766
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake AOW-besluit Sociale Verzekeringsbank

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep inzake een besluit van de Sociale Verzekeringsbank op grond van de Algemene Ouderdomswet. De Hoge Raad heeft het verweerschrift van de SVB en de conclusie van repliek van belanghebbende in behandeling genomen.

De Hoge Raad oordeelt dat de ingebrachte klachten niet leiden tot cassatie, aangezien deze geen rechtsvragen oproepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Daarom is nadere motivering niet vereist volgens artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.

Verder acht de Hoge Raad geen gronden aanwezig om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de raadsheren C. Schaap (voorzitter), P.M.F. van Loon en Th. Groeneveld en in het openbaar uitgesproken op 18 oktober 2013.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

18 oktober 2013
nr. 13/01766
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Centrale Raad van Beroepvan 26 februari 2013, nr. 11/1671 AOW, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank te Alkmaar (nr. 10/751 AOW) betreffende een besluit van de Sociale verzekeringsbank (hierna: de SVB) ingevolge de Algemene Ouderdomswet.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Centrale Raad beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De SVB heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 18 oktober 2013.