Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.Beoordeling van de aanvraag
4.Beslissing
15 oktober 2013.
Hoge Raad
De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een arrest van het Gerechtshof Arnhem waarin de aanvrager werd veroordeeld tot 21 jaar gevangenisstraf wegens moord en aanverwante feiten. De aanvraag was gebaseerd op een nieuw DNA-onderzoeksrapport dat een aanvullend onderzoek adviseerde vanwege de complexiteit van het DNA-mengprofiel en familiaire banden tussen verdachte en een betrokkene.
Het hof had eerder vastgesteld dat het DNA-spoor op de trui van het slachtoffer waarschijnlijk van de verdachte afkomstig was, mede bevestigd door een Y-chromosomaal profiel, hoewel niet geheel uitgesloten kon worden dat het van een familielid was. De deskundige had aangegeven dat de hypothese dat het spoor van verdachte afkomstig is, vele malen waarschijnlijker is dan alternatieven.
De Hoge Raad oordeelde dat de enkele aanbeveling voor aanvullend DNA-onderzoek in het nieuwe rapport geen nieuw feit of gegeven oplevert dat bij de eerdere terechtzitting niet bekend was en dat een ernstig vermoeden van onschuld zou kunnen wekken. De stelling dat het gebruikte bewijsmiddel discutabel is, is onvoldoende om herziening toe te staan. Daarom werd de aanvraag tot herziening afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af en bevestigt de veroordeling tot 21 jaar gevangenisstraf.