Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het tweede middel
3.Beoordeling van het eerste middel
4.Slotsom
15 oktober 2013.
Hoge Raad
De verdachte stelde beroep in cassatie in tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch uit 2011. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep, maar stelde voor de gevangenisstraf te verminderen vanwege overschrijding van de redelijke termijn.
De Hoge Raad beoordeelde twee middelen. Het tweede middel werd verworpen zonder nadere motivering. Het eerste middel klaagde over de overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase, omdat stukken te laat door het hof waren ingezonden.
De Hoge Raad achtte dit middel gegrond en constateerde dat meer dan zestien maanden waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep, wat een overschrijding van de redelijke termijn inhoudt. Dit leidde tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van veertien jaar naar dertien jaar en zes maanden.
De rest van het beroep werd verworpen, en de uitspraak werd dienovereenkomstig gewijzigd. Het arrest werd uitgesproken door vijf raadsheren onder voorzitterschap van de vice-president.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van veertien jaar naar dertien jaar en zes maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.