ECLI:NL:HR:2013:938

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 oktober 2013
Publicatiedatum
14 oktober 2013
Zaaknummer
13/00456
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep in herzieningszaak belastingrecht

In deze zaak heeft belanghebbende beroep in cassatie ingesteld tegen uitspraken van het Gerechtshof Amsterdam betreffende een verzoek tot herziening van eerdere uitspraken. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep inhoudelijk beoordeeld op ontvankelijkheid en geoordeeld dat de klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen.

De Hoge Raad oordeelde dat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of dat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Daarnaast wees de Hoge Raad het verzoek om schadevergoeding af. Het arrest werd uitgesproken in aanwezigheid van de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, in het openbaar op 11 oktober 2013.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

11 oktober 2013
nr. 13/00456
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 10 januari 2013, nrs. 12/00711, 12/00712 en 12/00713, betreffende een verzoek tot herziening van de uitspraak van dat hof van 10 maart 2005, nr. 03/3426 en de uitspraak van 18 juni 2009, nrs. 07/00825 en 07/00826.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk, en wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en R.J. Koopman, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 11 oktober 2013.