ECLI:NL:HR:2013:870

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 oktober 2013
Publicatiedatum
7 oktober 2013
Zaaknummer
13/02118
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht

Belanghebbende, [X] Holding B.V., had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam betreffende aanslag vennootschapsbelasting 2006, verliesverrekening en verzuimboete. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brieven gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht en een termijn van vier weken gesteld.

Ondanks deze aanmaningen en de mogelijkheid om een verklaring te geven voor het niet tijdig betalen, heeft belanghebbende geen betaling verricht noch gereageerd. Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard.

De Hoge Raad achtte geen gronden aanwezig om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is uitgesproken door de vice-president en raadsheren in aanwezigheid van de waarnemend griffier op 4 oktober 2013.

Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

4 oktober 2013
nr. 13/02118
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X] Holding B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 7 maart 2013, nr. 12/00427, betreffende de aan belanghebbende opgelegde aanslag in de vennootschapsbelasting voor het jaar 2006, de daarbij gegeven verliesverrekeningsbeschikking en de daarbij opgelegde verzuimboete.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 2 juli 2013, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgehaald op de afhaallocatie, gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 5 augustus 2013, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgehaald op de afhaallocatie, in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Belanghebbende heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.
Het beroep in cassatie moet op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren R.J. Koopman en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 4 oktober 2013.