ECLI:NL:HR:2013:795

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 september 2013
Publicatiedatum
30 september 2013
Zaaknummer
13/00629
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 3.151 lid 4 Wet inkomstenbelasting 2001
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt ongegrondheid cassatie tegen navorderingsaanslag en verliesbeschikking 2005

Belanghebbende was het niet eens met een navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 2005 en een herziening van het verlies uit werk en woning. Na bezwaar en vernietiging door de Rechtbank Arnhem, stelde de Inspecteur hoger beroep in bij het Hof, dat de rechtbankuitspraak vernietigde en de beroepen ongegrond verklaarde.

Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad, met diverse klachten. De Staatssecretaris van Financiën diende een verweerschrift in, waarna belanghebbende een conclusie van repliek indiende.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was, omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Er werden geen proceskosten toegewezen.

Het arrest werd gewezen door de vice-president Feteris als voorzitter en raadsheren van Loon en Koopman, en in het openbaar uitgesproken op 27 september 2013.

Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

27 september 2013
nr. 13/00629
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem–Leeuwardenvan 8 januari 2013, nrs. 12/00187 en 12/00188, betreffende een navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en een beschikking als bedoeld in artikel 3.151, lid 4, van de Wet inkomstenbelasting 2001.

1.Het geding in feitelijke instanties

Aan belanghebbende is over het jaar 2005 een navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd. Tevens heeft de Inspecteur het door hem vastgestelde verlies uit werk en woning van belanghebbende over het jaar 2005 bij beschikking herzien.
De navorderingsaanslag is, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur gehandhaafd. Voorts heeft de Inspecteur het bezwaar tegen de beschikking niet-ontvankelijk verklaard.
De Rechtbank te Arnhem (nrs. AWB 11/1041 en 11/1042) heeft de tegen die uitspraken ingestelde beroepen gegrond verklaard, de uitspraken van de Inspecteur vernietigd en de navorderingsaanslag en de beschikking vernietigd.
De Inspecteur heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof. Belanghebbende heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.
Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank vernietigd en de bij de Rechtbank ingestelde beroepen ongegrond verklaard.

2.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

3.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en R.J. Koopman, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 27 september 2013.