ECLI:NL:HR:2013:724

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 september 2013
Publicatiedatum
23 september 2013
Zaaknummer
13/02478
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie inzake vennootschapsbelasting 2009

De Stichting [X] Beheer [Z] heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam inzake de aanslag vennootschapsbelasting 2009, inclusief verzuimboete en heffingsrente. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie beoordeeld op ontvankelijkheid.

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een betalingstermijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is niet binnen deze termijn voldaan. Vervolgens is belanghebbende in de gelegenheid gesteld om een verklaring te geven voor het niet tijdig betalen, maar de aangevoerde redenen werden niet als voldoende geacht.

Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten. Het reeds betaalde griffierecht wordt teruggegeven aan belanghebbende. De uitspraak werd gedaan in aanwezigheid van de raadsheren en de waarnemend griffier en in het openbaar uitgesproken op 20 september 2013.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van griffierecht binnen de gestelde termijn.

Uitspraak

20 september 2013
nr. 13/02478
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
Stichting [X] Beheerte
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 28 maart 2013, nr. 12/00373, betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2009 opgelegde aanslag in de vennootschapsbelasting alsmede de daarbij bij beschikkingen opgelegde verzuimboete en in rekening gebrachte heffingsrente.
1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 24 juni 2013, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres, gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is niet binnen de gestelde termijn voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij brief van 23 juli 2013, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres, in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Hetgeen belanghebbende in haar brief van 19 augustus 2013 aanvoert, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest.
Het beroep in cassatie moet op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren R.J. Koopman en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 20 september 2013.
Het door belanghebbende als griffierecht betaalde bedrag van € 478 wordt door de griffier van de Hoge Raad aan belanghebbende teruggegeven.