Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant betreffende een dwangbevel inzake motorrijtuigenbelasting. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende herhaaldelijk aangeschreven over de verschuldigdheid van griffierecht en een betalingstermijn gesteld. Deze aanmaningen zijn wegens onbestelbaarheid teruggezonden, waarna adresverificatie plaatsvond en de brieven per gewone post werden verzonden.
Ondanks deze inspanningen heeft belanghebbende het griffierecht niet voldaan en niet gereageerd op de verzoeken om opheldering. Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, op 20 september 2013.