Uitspraak
wonende te [woonplaats],
kantoorhoudende te Groningen,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
20 september 2013.
Hoge Raad
In deze zaak stond de vraag centraal of de eiser, als hoofdelijk aansprakelijke bestuurder, terecht werd aangesproken voor de belastingschuld van de B.V. De rechtbank Groningen en het gerechtshof te Leeuwarden hadden eerder geoordeeld dat de bestuurder aansprakelijk was op grond van de oude Invorderingswet 1990, met name artikel 36 en Pro 55 lid 1.
De eiser stelde zich in cassatie op het standpunt dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden en dat de aansprakelijkheid onterecht was vastgesteld. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep echter verworpen zonder nadere motivering, omdat de klachten niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraken en veroordeelde de eiser tevens in de kosten van het cassatiegeding. De uitspraak werd gedaan door raadsheren Van Buchem-Spapens, Heisterkamp, Drion en uitgesproken door Loth op 20 september 2013.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en de eerdere uitspraak inzake aansprakelijkheid bestuurder voor belastingschuld blijft in stand.