Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
4.Slotsom
5.Beslissing
10 september 2013.
Hoge Raad
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in een economische strafzaak. De Advocaat-Generaal concludeerde tot strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn en verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet tot vernietiging konden leiden, maar constateerde ambtshalve dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM Pro was overschreden omdat meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep.
Dit leidde tot vermindering van de opgelegde geldboete van € 2.500,- naar € 2.250,- en de vervangende hechtenis van 35 naar 31 dagen. Het beroep werd voor het overige verworpen en de rest van het hofarrest bleef in stand.
Uitkomst: De geldboete werd verminderd naar € 2.250,- en de vervangende hechtenis naar 31 dagen wegens overschrijding van de redelijke termijn.