Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beoordeling van het eerste middel
4.Slotsom
5.Beslissing
3 september 2013.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 3 september 2013 uitspraak gedaan in een cassatieprocedure tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden. Het geschil betrof de strafoplegging aan verdachte, waarbij met name de oplegging van een werkstraf centraal stond.
De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het bestreden arrest uitsluitend wat betreft de strafoplegging en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof voor hernieuwde berechting op dat punt. Het beroep van verdachte werd voor het overige verworpen.
De Hoge Raad oordeelde dat de oplegging van de werkstraf tegenstrijdig was met de motivering daarvan, waardoor het arrest op dat punt niet in stand kon blijven. Er waren geen gronden voor ambtshalve vernietiging van het gehele arrest.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest uitsluitend wat betreft de strafoplegging en verwees de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden om het hoger beroep op dat punt opnieuw te behandelen en af te doen. Het overige deel van het beroep werd verworpen.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor hernieuwde berechting.