Uitspraak
Stichting [X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te Amsterdamvan 1 maart 2012, nr. 11/00447, betreffende een naheffingsaanslag in de loonbelasting/premie volksverzekeringen.
Hoge Raad
Belanghebbende, een stichting opgericht in de jaren zestig met als doel de materiële belangen van (ex-)werknemers van twee bedrijven te behartigen, kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting opgelegd over uitkeringen aan begunstigden in 2009. Na vernietiging van deze aanslag door de Rechtbank, stelde de Inspecteur hoger beroep in, waarna het Hof de aanslag handhaafde. Belanghebbende ging in cassatie.
De kern van het geschil betrof de vraag of de uitkeringen loon uit dienstbetrekking waren en of deze onder de fondsenvrijstelling van de Wet LB 1964 vielen. Het Hof oordeelde dat de uitkeringen loon waren, omdat ze in nauw verband stonden met de dienstbetrekkingen, en dat de fondsenvrijstelling niet van toepassing was omdat de werknemersbijdragen in de vijf voorafgaande jaren symbolisch waren.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en benadrukte dat de fondsenvrijstelling alleen geldt indien de bijdragen van werknemers in de vijf voorafgaande jaren niet symbolisch zijn. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de uitkeringen loon zijn en niet onder de fondsenvrijstelling vallen bij symbolische werknemersbijdragen.