ECLI:NL:HR:2013:450

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 augustus 2013
Publicatiedatum
8 augustus 2013
Zaaknummer
12/05165
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie tegen voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2010

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank te 's-Gravenhage inzake de voorlopige aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2010.

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor betaling. Deze betaling is niet voldaan. Vervolgens is belanghebbende opnieuw aangeschreven om een verklaring te geven voor het niet tijdig voldoen van het griffierecht, maar hier is geen gebruik van gemaakt.

Op grond van artikel 8:41, lid 2, van de Algemene wet bestuursrecht is het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad heeft geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd en heeft het arrest in het openbaar uitgesproken op 9 augustus 2013.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van griffierecht.

Uitspraak

Hoge Raad der Nederlanden
Derde Kamer
Nr. 12/05165
9 augustus 2013
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank te 's-Gravenhagevan 19 september 2012, nr. AWB 11/3798, betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2010 opgelegde voorlopige aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 4 januari 2013, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres, gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 5 februari 2013, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres, in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Belanghebbende heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.
Het beroep in cassatie moet op grond van artikel 8:41, lid 2, van de Algemene wet bestuursrecht derhalve niet-onvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en R.J. Koopman, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 9 augustus 2013.