ECLI:NL:HR:2013:376

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 augustus 2013
Publicatiedatum
6 augustus 2013
Zaaknummer
13/00452
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 53 lid 1 Algemene Ouderdomswet
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake AOW-besluit Sociale Verzekeringsbank

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep over een besluit van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW). De Centrale Raad had het hoger beroep van belanghebbende behandeld na een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam.

De Hoge Raad toetste het cassatieberoep aan artikel 53, lid 1, van de AOW en artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. De middelen die belanghebbende aanvoerde, betroffen vermeende schending of verkeerde toepassing van bepalingen van de AOW, maar konden niet leiden tot cassatie.

De Hoge Raad oordeelde dat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling en wees het beroep daarom zonder nadere motivering af. Tevens werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.

Uitspraak

Hoge Raad der Nederlanden
Derde Kamer
Nr. 13/00452
9 augustus 2013
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Centrale Raad van Beroepvan 14 december 2012, nr. 11/2317 AOW, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank te Amsterdam (nr. AWB 10/2872 AOW) betreffende een besluit van de Sociale verzekeringsbank (hierna: de SVB) ingevolge de Algemene Ouderdomswet (hierna: de AOW).

1.Het geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Centrale Raad beroep in cassatie ingesteld en daarbij twee middelen voorgesteld.
De SVB heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van de middelen

2.1.
Ingevolge artikel 53, lid 1, van de AOW kan beroep in cassatie worden ingesteld tegen uitspraken van de Centrale Raad ter zake van schending of verkeerde toepassing van de artikelen 1, derde tot en met zevende lid, 2, 3 en 6 en de op die artikelen berustende bepalingen.
2.2.
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen – voor zover zij al zijn voorgesteld ter zake van schending of verkeerde toepassing van de hiervoor in 2.1. vermelde bepalingen – niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer P.M.F. van Loon als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en R.J. Koopman, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 9 augustus 2013.