Uitspraak
[X] BVBAte
[Z], België(hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te 's-Hertogenboschvan 29 december 2011, nr. 10/00181, betreffende een naheffingsaanslag in de loonbelasting en de daarbij gegeven boetebeschikking.
Hoge Raad
Belanghebbende, een Belgische besloten vennootschap, kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting opgelegd over januari 2007 vanwege niet-ingediende aangifte. De Inspecteur stelde dat het loon van de zaakvoerder, die in Nederland werkte, belastbaar was in Nederland volgens het belastingverdrag Nederland-België. Het Hof bevestigde dit en wees de naheffing en boete toe, oordeelde dat de aanvullende Belgische gemeentebelasting niet als heffing door een andere mogendheid geldt en verwierp het verweer van belanghebbende.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof terecht heeft geoordeeld dat het loon in Nederland belastbaar is en dat de aanvullende gemeentebelasting niet als belasting door een andere mogendheid kan worden aangemerkt. Ook is bevestigd dat omkering van de bewijslast geldt bij het niet doen van aangifte, tenzij tijdig gemotiveerd bezwaar is gemaakt. Wel vernietigt de Hoge Raad het oordeel van het Hof over de hoogte van het loon en de verschuldigde loonbelasting, omdat het Hof onvoldoende rekening hield met het betoog van belanghebbende dat het toegekende loon een brutoloon betreft en dat verhaal van belasting nog openstaat.
De zaak wordt terugverwezen naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor hernieuwde behandeling van de loonhoogte en de verschuldigde loonbelasting. De Staat wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding en belanghebbende krijgt vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het arrest van het Hof vernietigd en de zaak terugverwezen voor hernieuwde behandeling van de loonhoogte en loonbelasting.