ECLI:NL:HR:2013:2261

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 november 2013
Publicatiedatum
23 december 2013
Zaaknummer
12/01142
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in strafzaak zonder nadere motivering

In deze strafzaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage. Het cassatieberoep is ingediend door de advocaat van de verdachte, mr. W. Römelingh. De waarnemend Advocaat-Generaal N. Jörg heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad heeft het middel van cassatie beoordeeld en geoordeeld dat het middel niet tot cassatie kan leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, is geen nadere motivering vereist omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarom heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en het arrest van het gerechtshof bevestigd. De uitspraak is gedaan door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter en de raadsheren J. de Hullu en V. van den Brink, in aanwezigheid van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte is verworpen zonder nadere motivering.

Uitspraak

26 november 2013
Strafkamer
12/01142
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 25 november 2011, nummer 22/000685-11, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. W. Römelingh, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De waarnemend Advocaat-Generaal N. Jörg heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-presiden W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
26 november 2013.