Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
20 december 2013.
Hoge Raad
Partijen zijn in 1982 gehuwd en in 2010 gescheiden. De man werd verplicht partneralimentatie te betalen aan de vrouw vanaf 13 september 2010. De man verzocht de alimentatie op nihil te stellen wegens gewijzigde omstandigheden, namelijk het vervallen van zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering per 26 maart 2012.
De rechtbank en het hof wezen dit verzoek af, waarbij het hof bij de draagkrachtberekening uitging van een lopende arbeidsongeschiktheidsuitkering. De man stelde dat het hof ten onrechte geen rekening hield met het vervallen van deze uitkering, hetgeen een wijziging van omstandigheden is volgens art. 1:401 lid 1 BW Pro.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof dit relevante wijzigingsargument onterecht buiten beschouwing had gelaten. Daarom vernietigde de Hoge Raad het hofvonnis en verwees de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling en beslissing. De overige klachten van de man werden niet behandeld omdat ze geen rechtsvragen van belang bevatten.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofbeslissing wegens onvoldoende beoordeling van vervallen arbeidsongeschiktheidsuitkering als wijziging van omstandigheden en verwijst naar ander hof.