Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank te Amsterdamvan 23 augustus 2012, nr. AWB 11/4450, betreffende de aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de parkeerbelasting.
Hoge Raad
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een naheffingsaanslag parkeerbelasting. De Hoge Raad heeft het griffierecht opgelegd en belanghebbende schriftelijk gewezen op de betaling hiervan binnen een termijn van vier weken.
Belanghebbende heeft het griffierecht niet voldaan. Pogingen van de Hoge Raad om opheldering te verkrijgen over het niet betalen van het griffierecht zijn onbeantwoord gebleven, mede doordat de aanmaningsbrief niet kon worden bezorgd en later per gewone post is verzonden zonder reactie.
Op grond van artikel 8:41, lid 2, van de Algemene wet bestuursrecht is het beroep in cassatie derhalve niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad heeft geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd en heeft het arrest in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2013.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.