Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te Amsterdamvan 1 november 2012, nrs. 11/00378 t/m 11/00380, betreffende een navorderingsaanslag en aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
Hoge Raad
Belanghebbende was geconfronteerd met een navorderingsaanslag en boete over 2003 en aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor 2004 en 2005. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze aanslagen. De Rechtbank Haarlem verklaarde de beroepen voor 2003 en 2005 gegrond en voor 2004 ongegrond, vernietigde diverse besluiten en verminderde aanslagen en boetes.
Belanghebbende en de Inspecteur stelden hoger beroep in. Het Gerechtshof vernietigde het vonnis van de Rechtbank, verklaarde het beroep over 2003 ongegrond en de beroepen over 2004 en 2005 gegrond, vernietigde en verminderde de aanslagen voor die jaren.
Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in tegen het arrest van het Hof. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was op grond van artikel 81 lid 1 RO Pro. De Hoge Raad wees het beroep in cassatie af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond zonder nadere motivering.