Uitspraak
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te Amsterdamvan 14 juni 2012, nr. 09/00310, betreffende een naheffingsaanslag in de loonbelasting/premie volksverzekeringen.
Hoge Raad
Belanghebbende, een besloten vennootschap, kreeg een naheffingsaanslag opgelegd over de periode van 1 januari 1998 tot en met 31 december 1999 inzake loonbelasting en premie volksverzekeringen. Na bezwaar werd de aanslag verminderd door de Inspecteur. De Rechtbank Haarlem verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en verminderde de aanslag verder, waarbij de overige rechtsgevolgen van de Inspecteur in stand bleven.
Belanghebbende ging in hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam, dat de uitspraak van de Rechtbank vernietigde, het beroep gegrond verklaarde, de uitspraak van de Inspecteur vernietigde en de naheffingsaanslag verder verminderde. Tegen deze uitspraak stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat het ingebrachte middel niet tot cassatie kon leiden en dat het niet noodzakelijk was om rechtsvragen te beantwoorden in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Daarom verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie ongegrond. Er werden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende is ongegrond verklaard.