ECLI:NL:HR:2013:1501

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 augustus 2013
Publicatiedatum
29 november 2013
Zaaknummer
11/05430
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 310 SrArt. 81 RO
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt verwerping cassatie in diefstalzaak met oplegging ISD-maatregel

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch in een strafzaak over diefstal van een krat met lege flessen. Verdachte werd veroordeeld en kreeg een ISD-maatregel van twee jaar opgelegd.

De Hoge Raad beoordeelde verschillende middelen, waaronder de bewijsklacht over het eigendom van de gestolen goederen en het oogmerk tot wederrechtelijke toe-eigening. Tevens werd gekeken naar de motivering van de oplegging van de ISD-maatregel. De Hoge Raad concludeerde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden.

De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht het vonnis van de rechtbank had bevestigd en dat de motivering van de ISD-maatregel voldoende was. Het beroep van verdachte werd verworpen zonder nadere motivering, omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ISD-maatregel van twee jaar wordt bevestigd.

Uitspraak

27 augustus 2013
Strafkamer
11/05430
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van
23 augustus 2011, nummer 20/000620-10, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. C. Waling, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur en aanvullende schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsvrouwe heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren W.F. Groos en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
27 augustus 2013.