Uitspraak
gevestigd te Schiedam,
gevestigd te [vestigingsplaats], België,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
22 november 2013.
Hoge Raad
In deze zaak stond centraal de vraag of een Belgische naamloze vennootschap rechtsgeldig vertegenwoordigd was in een kort gedingprocedure. Estra B.V. stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof te ’s-Gravenhage, waarin het hof het vonnis van de rechtbank Rotterdam had bevestigd.
De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en arresten voor het gedingverloop en oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering is geen nadere motivering vereist omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.
De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt Estra in de proceskosten, waarbij de kosten aan de zijde van de verweerster zijn begroot op een bedrag van € 2.999,34. Het arrest is gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Snijders, Polak en in het openbaar uitgesproken door Loth.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Estra B.V. wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.