Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Bewezenverklaring en bewijsvoering
3 Beoordeling van het derde middel
4.Beoordeling van het eerste en het tweede middel
5.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
6.Beslissing
19 november 2013.
Hoge Raad
Verdachte werd ten laste gelegd dat hij op 9 december 2009 een luchtdrukgeweer van het merk Benjamin Marauder vanuit de Verenigde Staten naar Nederland heeft laten binnenkomen, een voorwerp dat qua vorm, afmeting en kleur een sprekende gelijkenis vertoont met een vuurwapen en valt onder categorie I sub 7 van de Wet wapens en munitie (WWM).
Het hof baseerde zijn oordeel op proces-verbaal van een deskundige verbalisant die het wapen onderzocht en concludeerde dat het luchtdrukgeweer geschikt is voor bedreiging vanwege de uiterlijke gelijkenis met een klein kaliber sportgeweer. Verdachte betwistte dit oordeel niet met betrekking tot de deskundigheid van de verbalisant.
De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk is en dat een nieuw rapport van een gerechtelijk deskundige, dat niet aan het hof was voorgelegd, niet in cassatie kan worden betrokken omdat dit een feitelijke beoordeling vereist. Het cassatieberoep faalt en wordt verworpen.
De redelijke termijn is overschreden, maar omdat geen straf is opgelegd, leidt dit niet tot rechtsgevolgen. De zaak wordt verwezen naar het hof voor hernieuwde berechting en afdoening.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het luchtdrukgeweer valt onder categorie I sub 7 WWM.