Uitspraak
[X]te
[Z], België (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te ’s-Hertogenboschvan 7 december 2012, nr. 11/00437, betreffende een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Belanghebbende, woonachtig in België, was in 2008 in dienst bij twee Nederlandse werkgevers en verrichtte ook werkzaamheden in België. De Belastingdienst legde een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen op, die na bezwaar en beroep door de Rechtbank werd bevestigd, maar door het Hof werd vernietigd en verminderd.
Het Hof oordeelde dat het loon van belanghebbende geheel aan Nederland toerekenbaar was, behalve voor werkzaamheden buiten Nederland, en dat Nederland geen heffingsrecht had over het deel van het loon dat betrekking had op werkzaamheden in België. Het Hof ging uit van een arbeidsduur van 1824 uur per jaar, wat door de Hoge Raad werd gecorrigeerd naar 1504 uren, rekening houdend met een 32-urige werkweek en 5 weken vakantie.
De Hoge Raad stelde vast dat het Hof onjuist had gerekend en dat het deel van het loon dat aan werkzaamheden in België toerekenbaar is, dienovereenkomstig moest worden aangepast. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof, stelde de aanslag vast op een lager bedrag en veroordeelde de Staat in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de aanslag inkomstenbelasting en vernietigt het arrest van het Hof.