Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
18 oktober 2013.
Hoge Raad
De verdachte, geboren in 1991, stelde cassatieberoep in tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 19 oktober 2011 in een strafzaak. Dit beroep werd namens de verdachte ingediend door mr. H.C. Meijer, advocaat te Amsterdam.
De Advocaat-Generaal G. Knigge concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was, aangezien er geen rechtsvragen waren die beantwoording in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling vereisten.
Op 18 oktober 2013 wees de Hoge Raad het arrest waarbij het beroep werd verworpen. Dit arrest werd uitgesproken door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren W.F. Groos en Y. Buruma, in aanwezigheid van de waarnemend griffier S.C. Rusche tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof Arnhem wordt bevestigd.