ECLI:NL:HR:2012:BY7673

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 december 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
CPG 12/01060
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 16 lid 1 AWR
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling kwade trouw belastingadviseur bij niet aangeven afkoopsom kapitaalverzekering

Belanghebbende sloot in 1978 een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule af en kocht deze in 2003 af, waarbij hij de afkoopwaarde ontving zonder dat hierop loonheffing werd ingehouden. De belastingadviseur diende in 2005 namens belanghebbende de aangifte inkomstenbelasting in, waarin de afkoopsom niet als inkomen werd vermeld. De Inspecteur legde vervolgens een navorderingsaanslag met boete op.

De kern van het geschil is of de belastingadviseur te kwader trouw was, zodat diens kwade trouw aan belanghebbende kan worden toegerekend, waardoor navordering zonder nieuw feit gerechtvaardigd is. De Hoge Raad benadrukt dat kwade trouw in de zin van artikel 16 AWR Pro inhoudt dat de belastingplichtige of diens adviseur opzettelijk onjuiste of onvolledige informatie verstrekt, waarbij ook voorwaardelijk opzet geldt.

Hoewel het Hof oordeelde dat de adviseur zich willens en wetens blootstelde aan de kans dat te weinig belasting werd betaald, heeft het Hof volgens de A-G niet voldoende onderzocht of de adviseur bewust die kans heeft aanvaard. Daarom wordt het cassatieberoep gegrond verklaard en wordt de zaak terugverwezen voor nader onderzoek naar de vereisten van bewustheid bij voorwaardelijk opzet.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard en de zaak wordt terugverwezen voor nader onderzoek naar de bewustheid van de belastingadviseur.

Uitspraak

Derde kamer - uitspraak volgt