ECLI:NL:HR:2012:BY5726

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 december 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/03044 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • A.J.A. van Dorst
  • J.P. Balkema
  • J.W. Ilsink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 457 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing herzieningsverzoek in moordzaak wegens ontbreken nieuw relevant bewijs

De Hoge Raad behandelde op 11 december 2012 een verzoek tot herziening van een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch uit 2008, waarbij de aanvrager was veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf voor moord. Eerder had de Hoge Raad in 2010 de strafduur verminderd vanwege overschrijding van de redelijke termijn, maar het oordeel over schuld bleef ongewijzigd.

Het verzoek tot herziening was gebaseerd op nieuwe gegevens die volgens de aanvrager het vermoeden wekten dat, indien deze bekend waren geweest tijdens het oorspronkelijke proces, dit had kunnen leiden tot vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging, niet-ontvankelijkheid of een lichtere straf. De Hoge Raad oordeelde echter dat deze gegevens niet als nieuw konden worden beschouwd omdat de rechter bij de oorspronkelijke veroordeling hiermee bekend was.

Daarom werd het verzoek tot herziening als kennelijk ongegrond verworpen. De uitspraak bevestigt de strikte criteria voor herziening van strafzaken en onderstreept dat alleen daadwerkelijk nieuw en relevant bewijs dat de eerdere uitspraak fundamenteel kan wijzigen, tot herziening kan leiden.

Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af wegens het ontbreken van nieuw relevant bewijs.

Uitspraak

11 december 2012
Strafkamer
nr. S 12/03044 H
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 21 maart 2008, nummer 20/002022-06, ingediend door:
[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970.
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
1.1. Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank Breda van 11 mei 2006 - de aanvrager ter zake van "moord" veroordeeld tot een gevangenisstraf van twintig jaren.
1.2. Tegen deze uitspraak van het Hof is beroep in cassatie ingesteld. Bij arrest van 12 januari 2010 (LJN BK4179) heeft de Hoge Raad in verband met een overschrijding van de redelijke termijn de bestreden uitspraak vernietigd, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf. De Hoge Raad heeft de gevangenisstraf verminderd in die zin dat deze negentien jaren en zes maanden beloopt. Het beroep is voor het overige verworpen.
2. De aanvraag tot herziening
De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van de aanvraag
3.1. Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid aanhef en onder c van art. 457 Sv Pro slechts dienen een door bescheiden gestaafd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling.
3.2. Van de in de aanvraag vermelde gegevens kan niet worden gezegd dat de rechter die de veroordeling heeft uitgesproken, daarmee niet bekend was.
3.3. Uit hetgeen hiervoor is overwogen vloeit voort dat de aanvraag kennelijk ongegrond is, zodat als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 11 december 2012.
Mr. Balkema en mr. Ilsink zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.