ECLI:NL:HR:2012:BX9551

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 november 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/00177
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in strafzaak door Hoge Raad

In deze strafzaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 7 december 2010. De verdediging werd bijgestaan door mr. J. Boksem, die een middel van cassatie heeft voorgesteld. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad heeft het middel beoordeeld en geoordeeld dat het niet tot cassatie kan leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, is geen nadere motivering vereist omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarom heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en het arrest van het Gerechtshof bevestigd. De uitspraak is gedaan door de vice-president en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, op 13 november 2012.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof bevestigd.

Uitspraak

13 november 2012
Strafkamer
nr. S 11/00177
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 7 december 2010, nummer 21/001657-10, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid en de rechtsontwikkeling.
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren W.F. Groos en J. Wortel, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 13 november 2012.