ECLI:NL:HR:2012:BX8076
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep inzake ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel
De zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door betrokkene tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem van 21 maart 2011, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel was toegewezen. Betrokkene werd vertegenwoordigd door mr. V.C. van der Velde. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft het middel van cassatie beoordeeld en geoordeeld dat het middel niet tot cassatie kan leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering was geen nadere motivering vereist omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en het arrest uitgesproken op 30 oktober 2012 door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en W.F. Groos, in aanwezigheid van de waarnemend griffier J.D.M. Hart.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.